Inkomstenbelasting
Inkomstenbelasting is de belasting op het inkomen welke door een staat wordt geheven van personen die in die staat wonen (rijksinwoners) of in die staat inkomen genieten (niet-inwoners). Als er een bron van inkomsten is, dan is inkomstenbelasting verschuldigd. In Nederland wordt het woord inkomstenbelasting specifiek gebruikt voor de belasting op het inkomen van natuurlijke personen. In België zijn de inkomstenbelastingen (meervoud) de algemene noemer voor alle belastingen op het inkomen, ook dat van vennootschappen en andere rechtspersonen. Voor uw belastingaangifte kunt u de hulp inschakelen van een belastingadviseur.
Bronnen en object Naar Nederlandse jurisprudentie bestaat er een bron van inkomsten als er voldaan is aan al deze voorwaarden: - er is sprake van deelname aan het economische verkeer
- het belastingsubject heeft de inkomsten beoogd
- de inkomsten zijn redelijkerwijs te verwachten
Het belastingobject kan het daadwerkelijke inkomen zijn, maar ook fictief inkomen is denkbaar. In Nederland wordt het inkomen uit sparen en beleggen (Box III inkomen) gesteld op een forfaitair rendement van 4%. Sommigen vinden dit dan geen inkomstenbelasting meer, maar een vermogensbelasting. Bij het invoeren van deze vermogensrendementheffing is de vermogensbelasting afgeschaft. Geschiedenis Inkomstenbelastingen zijn een tamelijk recent fenomeen. In de 19e eeuw kwam er in oorlogstijd een inkomstenbelasting in Engeland, maar deze werd later weer afgeschaft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog voerden veel Europese landen een inkomstenbelasting in. Sindsdien zijn ze niet meer weg geweest. In België (en ook in andere landen) ontstonden eerst zogenaamde cedulaire inkomstenbelastingen, dat wil zeggen aparte belastingen op welbepaalde categorieën van inkomsten zoals de grondbelasting (op grondinkomsten), de mobiliënbelasting (op roerende inkomsten) en de bedrijfsbelasting (op bedrijfsinkomsten). Pas in 1963 werden deze aparte heffingen omgevormd tot voorschotten of heffingen op een geglobaliseerde inkomstenbelasting op het totale inkomen. De laatste tijd is er weer een trend om voor bepaalde inkomsten terug te keren naar zogenaamde "bevrijdende" voorheffingen; in dat geval wordt de globale regularisering weer achterwege gelaten. Internationaal De meeste landen willen hun inwoners belasten op hun totale inkomen, met inbegrip van buitenlandse inkomsten, het zogenaamde wereldinkomen. Anderzijds willen de meeste landen ook alle inkomsten belasten die op hun grondgebied verdiend worden, met inbegrip van de inkomsten van vreemdelingen of niet-inwoners. Daardoor dreigt een massale dubbele belasting, minstens van alle inkomsten die "over de grens" behaald worden. Zowel de woonplaatsstaat als de bronstaat verklaren het inkomen tot object van belasting. Om dat probleem op te lossen hebben de meeste landen met elkaar verdragen tot vermijding van dubbele belasting afgesloten. Zij spreken daarin af wie van beide de belasting mag heffen en wie van beide dan een vrijstelling of vermindering zal geven. Huidige stelsels in Nederland Inkomstenbelasting In Nederland is er sedert 2001 een nieuwe wet op de inkomstenbelasting Wet inkomstenbelasting 2001. Inkomsten worden geplaatst in verschillende boxen. - Box I (inkomstenbelasting): Inkomsten uit werk en woning - progressief belast, 4 schijven: 33,55%, 40,50%, 42% en 52%
- Box II (inkomstenbelasting): Inkomsten uit Aanmerkelijk Belang - tarief is 25%
- Box III (inkomstenbelasting): Inkomsten uit Sparen en Beleggen - tarief is 30% over 4% (effectief 1,2%) - dit is de vermogensrendementsheffing. Van het totaal van de belastingen in de drie boxen wordt een heffingskorting afgetrokken.
Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Andere belastingen Enkele belastingen kunnen als voorheffing werken op een inkomstenbelasting, of ervan uitgezonderd zijn, bijvoorbeeld: - loonbelasting
- dividendbelasting
Huidig stelsel in België België kent één enkel Wetboek van de Inkomstenbelastingen met daarin vier belastingen, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners. Hetzelfde wetboek beschrijft de drie voorheffingen en de manier waarop zij verrekend worden, de onroerende voorheffing, de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing. Er is ook voorzien in de mogelijkheid om voorafbetalingen te doen. Soms is er een vermeerdering voor wie niet voorafbetaald heeft, soms een vermindering voor wie wel voorafbetaald heeft. Zie ook - Belasting
- Fiscaal recht
- Belastingdienst
- Handhaving van belastingen
Deze tekst op GeldAdviesgids.nl is afkomstig van Wikipedia en is beschikbaar onder de GNU Free Documentation License.
|