Euro

euro De euro (symbool: €; geen meervoudsvorm, individuele muntstukken worden aangeduid met euro's of het meer informele euri of euri's) is de munteenheid van de Economische en Monetaire Unie. De officiële code van de munteenheid is EUR. De invoering van een Europese munt op 1 januari 2002 heeft heel wat voeten in de aarde gehad. In 1992 werd in Maastricht besloten tot definitieve invoering van de euro. Hierbij zou de waarde van 1 euro gelijk zijn aan 1 ECU ('European Currency Unit' oftewel 'Europese rekeneenheid').

Munten

De euro kent 15 "normale" verschijningsvormen: 8 euromunten en 7 eurobankbiljetten. De munten hebben een Europese zijde, ontworpen door Luc Luycx, van de Koninklijke Munt van België. Het gaat om drie ontwerpen die verschillende kaarten van Europa tonen, met de 12 sterren van de Europese Unie op de achtergrond.

Daarnaast heeft elk euro-land de vrijheid eigen symbolen en tekst op de nationale zijde van de euromunten te plaatsen. Maar alle varianten zijn in alle deelnemende landen te gebruiken. De nationale zijde diende om de overgang naar de euro voor de Europese burgers in emotioneel opzicht iets te vergemakkelijken.

Finland heeft vanaf het begin besloten om geen munten van 1 en 2 cent te produceren, terwijl Portugal besloot geen biljetten van 500 euro in omloop te brengen. In Nederland is het gebruik van munten van 1 en 2 cent sinds 2004 sterk beperkt. In de meeste winkels worden bedragen sindsdien weer afgerond.

Sinds 2004 staat het de landen met de euro vrij om per jaar één 2 euro munt met een speciaal motief op de nationale zijde uit te brengen, mits de oplage beperkt blijft.

Bankbiljetten

Op de achterzijde van elk biljet staat een serienummer, bestaande uit een letter gevolgd door elf cijfers. Aan de letter is te zien uit welk land het betreffende biljet komt.
  • Z - België
  • X - Duitsland
  • L - Finland
  • U - Frankrijk
  • Y - Griekenland
  • T - Ierland
  • S - Italië
  • R - Luxemburg
  • P - Nederland
  • N - Oostenrijk
  • M - Portugal
  • V - Spanje

Op de voorzijde van de eurobiljetten staat een code. Deze geeft aan in welke drukkerij het betreffende eurobiljet is gedrukt.

Er zijn zeven biljetten en acht euromunten waarmee men in alle eurolanden kan betalen. De echtheidskenmerken zijn ook overal hetzelfde. In tegenstelling tot de euromunten tonen de eurobiljetten geen verschillen per land. De eurobiljetten verschillen per denominatie van kleur en formaat.

Waarde
Kleur
Lengte (mm)
Breedte (mm)
Voorzijde
Achterzijde
€ 5 grijs 120 62
€ 10 rood 127 67
€ 20 blauw 133 72
€ 50 oranje
140 77
€ 100 groen 147 82
€ 200 geel 153 82
€ 500 paars 160 82

* De eurobankbiljetten die zijn uitgegeven door de centrale bank van Luxemburg dragen de codeletter van de nationale bank van de landen waarin de biljetten voor Luxemburg zijn geproduceerd.
* De Luxemburgse euromunten van 2002 tot en met 2004 dragen het muntmeesterteken van de muntmeester van de Koninklijke Nederlandse Munt. De Luxemburgse euromunten van 2005 en 2006 dragen het muntmeesterteken van de muntmeester van de Mint van Finland. Dit komt omdat Luxemburg haar euromunten in Nederland en Finland laat slaan.

Symbool

Het eurosymbool bestaat uit een Griekse epsilon met een extra horizontaal streepje in het midden: €.

Wisselkoersen

Dit zijn de officiële wisselkoersen van de euro ten opzichte van de niet meer bestaande oude Europese munten:
Koers 1 euro
Munteenheid
13,7603 Oostenrijkse schilling (ATS)
40,3399
Belgische frank (BEF)
1,95583 Duitse mark (DEM)
166,386
Spaanse peseta (ESP)
5,94573
Finse markka (FIM)
6,55957
Franse frank (FRF)
0,787564
Ierse pond (IEP)
1936,27
Italiaanse lire (ITL)
40,3399
Luxemburgse frank (LUF)
2,20371
Nederlandse gulden (NLG)
200,482
Portugese escudo (PTE)
340,750
Griekse drachme (GRD)
239,640
Sloveense Tolar (SIT)

Het eurogebied

Europese landen

De 12 EU-landen die de euro als wettig, nationaal betaalmiddel hebben ingevoerd kunnen met het ezelsbruggetje DING FLOF BIPS worden onthouden: Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Finland, Luxemburg, Oostenrijk, Frankrijk, België, Italië, Portugal en Spanje.

Ook Montenegro en Kosovo, waar de Duitse mark was ingevoerd, zijn, hoewel ze geen lid van de EU zijn, overgegaan tot de euro. Dat geldt ook voor de staatjes San Marino, Monaco en Vaticaanstad, die (onder voorwaarden) een eigen nationale zijde mogen invullen. Andorra heeft geen eigen variant.

In juni 2006 heeft de Raad van ministers van Financiën besloten dat Slovenië per 2007 toe mag treden tot de eurozone. Dit betekent het einde van de Sloveense tolar.

Overzeese gebiedsdelen

De euro is ook ingevoerd in de Franse overzeese departementen Guadeloupe, Martinique, Frans-Guyana en Réunion en op de Franse eilanden Saint-Pierre en Miquelon en Mayotte; op de Azoren en Madeira (Portugese regio´s) en op de Canarische eilanden (Spaanse regio).

De Nederlandse Antillen en Aruba hebben hun eigen munteenheden gehouden: de Antilliaanse gulden en de Arubaanse florin (deze munten waren niet gekoppeld aan de Nederlandse gulden, maar aan de Amerikaanse dollar; dat is zo gebleven).

Post-2004 leden
In 2004 hadden de 10 nieuwe EU leden een andere munteenheid dan de Euro. Zij hebben plannen om over te schakelen naar deze munteenheid op volgende datum:
  • 1 januari 2007 voor Slovenië.
  • 1 januari 2008 voor Cyprus, Estland, Letland, Litouwen en Malta
  • 1 januari 2009 voor Slowakije.
  • 2010 of later voor Tsjechië, Polen en Hongarije.
De Europese Commissie heeft in 2006 besloten dat Slovenië in 2007 de Euro mag invoeren.

Geschiedenis van de euro

Voorgeschiedenis

De lidstaten van de Europese Unie hebben besloten tot de vorming van een Economische en Monetaire Unie. In het Verdrag van Maastricht (Verdrag betreffende de Europese Unie) van 1992 werd besloten tot de invoering van de euro. Hiermee kwam de EMU op gang, echter niet alle EU-landen doen mee aan de EMU.

De voorbereiding voor de invoering van de euro in Nederland vond plaats vanuit het nationaal Forum voor de introductie van de euro (NFE).

Op 31 december 1998 werden de onderlinge wisselkoersen tussen de euro en de valuta van de toen elf deelnemende landen definitief vastgelegd. Sinds 1 januari 1999 is de euro een officieel feit. Vanaf die datum waren de nationale bankbiljetten en munten van de landen die de euro hadden aanvaard nog slechts verschijningsvormen van de euro. Op 1 januari 2001 voegde zich Griekenland als twaalfde land daarbij.

De euro vertegenwoordigt overal dezelfde waarde, die is vastgesteld en zo nodig wordt gecorrigeerd door de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main.

Naamgeving

Aanvankelijk was het de bedoeling dat de Europese eenheidsmunt "ecu" zou heten. Dat zou tegelijkertijd de afkorting zijn van "European Currency Unit" en de naam van een oude Franse munt (écu = schild).

In Duitsland zou deze naam echter als "ekoe" worden uitgesproken en uit opiniepeilingen bleek dat veel Duitsers dat een belachelijk klinkende naam vonden, want zij associeerden het met "Kuh" (koe). Daarom besloot men, op het laatste moment, te kiezen voor de naam "euro".

Officiële invoering

Per 1 januari 2002 zijn de euromunten en eurobiljetten in gebruik gekomen en is de euro het wettige betaalmiddel in de twaalf landen.

Vanaf deze dag zijn de nationale biljetten en munten uit de 12 deelnemende 'eurolanden' (zie onder) vervangen door euromunten en eurobankbiljetten in wat 'de grootse geldomwisselingsoperatie uit de geschiedenis' genoemd wordt.

In december 2001 kregen Nederlandse burgers een gratis setje euromunten en konden pakketten euro's ter waarde van ƒ 25,- bij de banken worden gekocht. Ook in België en de andere 'eurolanden' konden burgers in het bezit komen van eurogeld. De invoering van de euro is in de nacht van 31 december/1 januari in onder andere Maastricht, Brussel en Berlijn feestelijk gevierd.

Gevolgen voor het internationale geldverkeer

Internationaal gezien heeft de euro het geldverkeer binnen de Europese Unie aanzienlijk vereenvoudigd; waar vroeger met minstens tien verschillende valutawaarden gerekend werd, geldt er nu één. Wereldwijd heeft de dollar daardoor aan invloed verloren. Waardetransacties als obligaties, beleggingen en aandelen verhandelen vormen binnen de financiële wereld een heel eigen wereld, waarbij de beurskoersen een snelle wisseling van winst of verlies bepalen, mede dankzij de internethausse en economisch hoogtij en/of dieptepunten. Veel wisselbanken in Europese landen die aan euro hebben meegedaan gingen dicht. Deze wisselbanken hadden bijna alleen Europese klanten.

Oud geld

In Nederland

Sinds 28 januari 2002 kan er alleen nog met de euro worden betaald. De periode van 1 t/m 27 januari 2002 gold als een overgangstijd. Bankbiljetten en munten uit één van de elf andere landen konden in Nederland nog tot 1 april 2002 worden omgewisseld of op eigen rekening worden gestort bij de banken. Van 1 april 2002 tot 1 januari 2003 konden overgebleven Nederlandse guldens alleen nog op de eigen bankrekening worden gestort (meestal tegen transactiekosten).

De Nationale Eurocollecte en Coins for Care organiseerden in Nederland acties voor het verzamelen van muntgeld voor meer dan honderd erkende goede doelen.

Het is nog tot 2007 mogelijk om oude munten bij de Nederlandse Bank in te leveren. Bankbiljetten kunnen tot 2032 ingeleverd worden.

In België

In België is de euro de enige nationale munt sinds 1 maart 2002. Oude Belgische munten en biljetten konden tot 31 december 2002 ingeruild worden bij alle banken, postkantoren en bij de Nationale Bank van België (NBB). Tussen 1 januari 2003 en 31 december 2004 konden munten en biljetten nog omgeruild worden bij de NBB in Brussel.

Vanwege de aardbeving in de Indische Oceaan einde 2004 en de massale geldinzameling voor hulp is een wetswijziging doorgevoerd waardoor het mogelijk was Belgische muntstukken nog te doneren aan het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties tot 30 juni 2005. Omwisselen in euro kon niet meer.

Vanaf 1 januari 2005 worden alleen nog maar Belgische biljetten met een waarde hoger dan 100 BEF en uitgebracht na 1944 bij de NBB omgeruild. Oudere biljetten en munten zijn dan waardeloos.

De euro als verzamelobject

Sinds de invoering is de euro voor velen een verzamelobject geworden. Velen verzamelen van alle deelnemende landen een muntenserie met de nationale afbeelding. Veel gezochte munten zijn die van het Vaticaan, San Marino en Monaco, die slechts tegen een veel hogere prijs dan de nominale waarde kunnen worden aangeschaft. Sommige verzamelaars proberen elk mogelijk jaartal te verzamelen plus de verschillende nationale modellen, zoals bijvoorbeeld de Duitse munten waar een letter opstaat, die aanduidt in welke plaats de munten zijn geslagen. Meerdere landen hebben ook al munten voor nationale aangelegenheden uitgegeven in beperkte oplage. Deze kunnen normaal gesproken alleen gekocht worden in het land van herkomst en zolang de voorraad strekt. Officieel zijn deze munten niet meer waard dan de nominale waarde. Tegen dit bedrag worden ze in eerste instantie ook uitgegeven, maar als gevolg van de beperkte oplage zijn verzamelaars bereid meer te betalen.

Deze tekst op GeldAdviesgids.nl is afkomstig van Wikipedia en is beschikbaar onder de GNU Free Documentation License.
Aanmelden van uw kantoor
 
Advertentie
© Xind Media 2005-2009 | Contact | Aanmelden | Sitemap | Links | Privacy verklaring